| Werkzame personen | Winkels in doe-het-zelfartikelen (aantal) | Winkels in doe-het-zelfartikelen (%) | Winkels in meubels (aantal) | Winkels in meubels (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 1.890 | 44,8% | 855 | 48,4% |
| 2 personen | 780 | 18,5% | 350 | 19,8% |
| 3–4 personen | 605 | 14,4% | 240 | 13,6% |
| 5–9 personen | 545 | 12,9% | 180 | 10,2% |
| 10–19 personen | 265 | 6,3% | 65 | 3,7% |
| 20–49 personen | 95 | 2,3% | 40 | 2,3% |
| 50–99 personen | 15 | 0,4% | 20 | 1,1% |
| 100+ personen | 25 | 0,6% | 15 | 0,8% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In winkels in doe-het-zelfartikelen werkte bij 1.890 bedrijven één persoon. Bij winkels in meubels zijn dat er 855. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 44,8 tegenover 48,4. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 14,4% en in de tweede rond 13,6%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde winkels in doe-het-zelfartikelen 3.895 bedrijven en winkels in meubels 1.685. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +8,2% en +4,7%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 550 naar 545 en van 190 naar 180. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een betaalde bestelling.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in doe-het-zelfartikelen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van webwinkels in elektronica (1,2%), het hoogste voor winkels in doe-het-zelfartikelen (12,9%). Winkels in doe-het-zelfartikelen ligt met 12,9% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 12,6% bij winkels in vrijetijdsartikelen. Ook qua omvang ligt winkels in vrijetijdsartikelen het dichtst bij winkels in doe-het-zelfartikelen, met 4.140 tegenover 4.215 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4752 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 14,5% naar 13,6%. Over één jaar is het verschil -0,9 procentpunt, of gemiddeld -0,9 procentpunt per jaar. Bij winkels in meubels ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 10,3% naar 10,2%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -5 en in de complete CBS-categorie om +320 bedrijven.
Kijk bij winkels in doe-het-zelfartikelen naar een klant die tijdens het afleveren terugbelt en zet in je tweede gesprek juist een artikel dat retour komt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inkopen, adviseren en overdragen bestaan. In het tweede breng je inkopen, adviseren en overdragen in kaart. Vraag bij winkels in vrijetijdsartikelen naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een verkoopdag neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 4752 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij winkels in meubels is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over winkels in doe-het-zelfartikelen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
