| Werkzame personen | Zeil- en surfscholen (aantal) | Zeil- en surfscholen (%) | Dansscholen (aantal) | Dansscholen (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 280 | 82,4% | 3.455 | 93,3% |
| 2 personen | 25 | 7,4% | 190 | 5,1% |
| 3–4 personen | 15 | 4,4% | 40 | 1,1% |
| 5–9 personen | 15 | 4,4% | 15 | 0,4% |
| 10–19 personen | 5 | 1,5% | 0 | 0% |
| 20–49 personen | 5 | 1,5% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In zeil- en surfscholen werkte bij 280 bedrijven één persoon. Bij dansscholen zijn dat er 3.455. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 82,4 tegenover 93,3. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 4,4% en in de tweede rond 1,1%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde zeil- en surfscholen 385 bedrijven en dansscholen 3.530. De verandering in het totale aantal is respectievelijk -11,7% en +5%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 20 naar 15 en van 10 naar 15. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgeronde les.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij zeil- en surfscholen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van kunstzinnige vorming van amateurs (0,4%), het hoogste voor zeil- en surfscholen (4,4%). Zeil- en surfscholen ligt met 4,4% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 2,6% bij afstandsonderwijs. Ook qua omvang ligt afstandsonderwijs het dichtst bij zeil- en surfscholen, met 380 tegenover 340 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 85511 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 2,5% naar 3,9%. Over één jaar is het verschil +1,4 procentpunt, of gemiddeld +1,4 procentpunt per jaar. Bij dansscholen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0,3% naar 0,3%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -45 bedrijven. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen verschoof tegelijkertijd met -5. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 5,2% naar 4,4%.
Kijk bij zeil- en surfscholen naar een les die een vervangende begeleider nodig heeft en zet in je tweede gesprek juist een deelnemer die later instroomt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit voorbereiden, begeleiden en evalueren bestaan. In het tweede breng je voorbereiden, begeleiden en evalueren in kaart. Vraag bij afstandsonderwijs naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een les of training neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 85511 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij dansscholen is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over zeil- en surfscholen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
