BesteFranchise
Beslisboek 3 min lezen

Woningbouwverenigingen en verhuur onroerend goed, geen wonen in cijfers vergelijken

Wie twee mogelijke ondernemersrichtingen naast elkaar legt, krijgt snel twee onvergelijkbare voorbeelden. Hier staan woningbouwverenigingen en verhuur onroerend goed, geen wonen naast elkaar op dezelfde Nederlandse peildatum. De eerste branche telde op 1 oktober 2026 ongeveer 345 bedrijven, de tweede 8.295. Ze delen een hoofdtak, maar hebben verschillende SBI-codes. Vergelijk eerst de verdeling van het werk en leg pas daarna je eigen voorkeur voor een klantdossier ernaast. Je kunt dan gerichter aangeven welke werkdag, bezetting en aanspreekbaarheid je zoekt.

Het ritme van ramen op de hoek van een Rotterdams gebouw.
Beslisboek CHRSNDRSN · Unsplash
Twee verwante bedrijfsmodellen · SBI 68201 en 68204
Werkzame personenWoningbouwverenigingen (aantal)Woningbouwverenigingen (%)Verhuur onroerend goed, geen wonen (aantal)Verhuur onroerend goed, geen wonen (%)
1 persoon5515,9%6.01572,5%
2 personen51,4%1.61019,4%
3–4 personen102,9%4855,8%
5–9 personen257,2%1251,5%
10–19 personen308,7%300,4%
20–49 personen6017,4%200,2%
50–99 personen7020,3%50,1%
100+ personen9026,1%50,1%

Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.

01

Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen

In woningbouwverenigingen werkte bij 55 bedrijven één persoon. Bij verhuur onroerend goed, geen wonen zijn dat er 6.015. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 15,9 tegenover 72,5. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 2,9% en in de tweede rond 5,8%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.

02

Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?

Een jaar eerder telde woningbouwverenigingen 345 bedrijven en verhuur onroerend goed, geen wonen 7.625. De verandering in het totale aantal is respectievelijk 0% en +8,8%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 15 naar 25 en van 125 naar 125. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een geaccepteerd advies of resultaat.

03

Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij woningbouwverenigingen?

De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 68 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van handel in eigen onroerend goed (0,9%), het hoogste voor woningbouwverenigingen (7,2%). Woningbouwverenigingen ligt met 7,2% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 3,9% bij bemiddeling in onroerend goed. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij verhuur van overige woonruimte met 1.670 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is bemiddeling in onroerend goed met 3,9% de nadere vergelijking.

04

Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?

Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 68201 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 9,6% naar 6,8%. Over 2 jaar is het verschil -2,7 procentpunt, of gemiddeld -1,4 procentpunt per jaar. Bij verhuur onroerend goed, geen wonen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 2,2% naar 2,2%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg 0 bedrijven. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen verschoof tegelijkertijd met +10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 4,3% naar 7,2%.

Kijk bij woningbouwverenigingen naar een vraag die direct specialistische uitleg vergt en zet in je tweede gesprek juist een ontbrekend stuk in een dossier centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inventariseren, uitwerken en terugkoppelen bestaan. In het tweede breng je inventariseren, uitwerken en terugkoppelen in kaart. Vraag bij bemiddeling in onroerend goed naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.

Vragen voor het vervolg

  • Welke onderdelen van een klantdossier neem je persoonlijk voor je rekening?
  • Welk cijfer voor SBI 68201 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
  • Welke waarneming bij verhuur onroerend goed, geen wonen is relevant voor jouw eigen plan?

Bronnen

BesteFranchise

Welke keuze verdient nader onderzoek?

Leg je vraag over woningbouwverenigingen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.