| Werkzame personen | Winkels in vloeren (aantal) | Winkels in vloeren (%) | Winkels in stoffen en textiel (aantal) | Winkels in stoffen en textiel (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 340 | 54% | 410 | 74,5% |
| 2 personen | 135 | 21,4% | 85 | 15,5% |
| 3–4 personen | 75 | 11,9% | 25 | 4,5% |
| 5–9 personen | 50 | 7,9% | 25 | 4,5% |
| 10–19 personen | 15 | 2,4% | 0 | 0% |
| 20–49 personen | 5 | 0,8% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In winkels in vloeren werkte bij 340 bedrijven één persoon. Bij winkels in stoffen en textiel zijn dat er 410. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 54 tegenover 74,5. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 11,9% en in de tweede rond 4,5%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde winkels in vloeren 600 bedrijven en winkels in stoffen en textiel 475. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +5% en +15,8%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 60 naar 50 en van 15 naar 25. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een betaalde bestelling.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in vloeren?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van winkels in stoffen en textiel (4,5%), het hoogste voor bouwmarkten (18%). Bij 1 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 7,9% en bij 4 hoger. Met 10,1% komt winkels in overig bouwmateriaal het meest in de buurt van winkels in vloeren. Ook qua omvang ligt winkels in overig bouwmateriaal het dichtst bij winkels in vloeren, met 645 tegenover 630 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47526 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 10,6% naar 8,9%. Over één jaar is het verschil -1,6 procentpunt, of gemiddeld -1,6 procentpunt per jaar. Bij winkels in stoffen en textiel ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 5,2% naar 5,3%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -10 en in de complete CBS-categorie om +30 bedrijven.
Kijk bij winkels in vloeren naar een klant die tijdens het afleveren terugbelt en zet in je tweede gesprek juist een artikel dat retour komt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inkopen, adviseren en overdragen bestaan. In het tweede breng je inkopen, adviseren en overdragen in kaart. Vraag bij winkels in overig bouwmateriaal naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een verkoopdag neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 47526 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij winkels in stoffen en textiel is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over winkels in vloeren voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
