BesteFranchise
Beslisboek 3 min lezen

Winkels in overige artikelen en webwinkels in kleding in cijfers vergelijken

Wie twee mogelijke ondernemersrichtingen naast elkaar legt, krijgt snel twee onvergelijkbare voorbeelden. Hier staan winkels in overige artikelen en webwinkels in kleding naast elkaar op dezelfde Nederlandse peildatum. De eerste branche telde op 1 oktober 2026 ongeveer 28.260 bedrijven, de tweede 23.670. Ze delen een hoofdtak, maar hebben verschillende SBI-codes. Vergelijk eerst de verdeling van het werk en leg pas daarna je eigen voorkeur voor een verkoopdag ernaast. Je kunt dan gerichter aangeven welke werkdag, bezetting en aanspreekbaarheid je zoekt.

Handen schikken bloemen aan een werktafel.
Beslisboek Viktoriia Yatsentiuk · Unsplash
Twee verwante bedrijfsmodellen · SBI 477 en 47914
Werkzame personenWinkels in overige artikelen (aantal)Winkels in overige artikelen (%)Webwinkels in kleding (aantal)Webwinkels in kleding (%)
1 persoon16.40558,1%20.24585,5%
2 personen5.07518%2.82011,9%
3–4 personen3.32011,7%4251,8%
5–9 personen1.9857%1100,5%
10–19 personen7802,8%450,2%
20–49 personen4451,6%200,1%
50–99 personen1100,4%50%
100+ personen1350,5%50%

Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.

01

Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen

In winkels in overige artikelen werkte bij 16.405 bedrijven één persoon. Bij webwinkels in kleding zijn dat er 20.245. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 58,1 tegenover 85,5. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 11,7% en in de tweede rond 1,8%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.

02

Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?

Een jaar eerder telde winkels in overige artikelen 24.160 bedrijven en webwinkels in kleding 24.935. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +17% en -5,1%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 2.105 naar 1.985 en van 85 naar 110. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een betaalde bestelling.

03

Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij winkels in overige artikelen?

De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van webwinkels algemeen assortiment (0,4%), het hoogste voor winkels in voedingsmiddelen (16,4%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 7% en bij 1 hoger. Met 1% komt webwinkels in overige non-food het meest in de buurt van winkels in overige artikelen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij webwinkels in kleding met 23.670 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is webwinkels in overige non-food met 1% de nadere vergelijking.

04

Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?

Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 477 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 8,7% naar 8,4%. Over één jaar is het verschil -0,3 procentpunt, of gemiddeld -0,3 procentpunt per jaar. Bij webwinkels in kleding ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0,4% naar 0,4%. De subgroep en het totaal bewogen tussen oktober 2025 en oktober 2026 in tegengestelde richting. In de subgroep gaat het om -120 en in de complete CBS-categorie om +4.100 bedrijven.

Kijk bij winkels in overige artikelen naar een klant die tijdens het afleveren terugbelt en zet in je tweede gesprek juist een artikel dat retour komt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inkopen, adviseren en overdragen bestaan. In het tweede breng je inkopen, adviseren en overdragen in kaart. Vraag bij webwinkels in overige non-food naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.

Vragen voor het vervolg

  • Welke onderdelen van een verkoopdag neem je persoonlijk voor je rekening?
  • Welk cijfer voor SBI 477 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
  • Welke waarneming bij webwinkels in kleding is relevant voor jouw eigen plan?

Bronnen

BesteFranchise

Welke keuze verdient nader onderzoek?

Leg je vraag over winkels in overige artikelen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.