BesteFranchise
Beslisboek 3 min lezen

Supermarkten en warenhuizen en markthandel in overige non-food in cijfers vergelijken

Wie twee mogelijke ondernemersrichtingen naast elkaar legt, krijgt snel twee onvergelijkbare voorbeelden. Hier staan supermarkten en warenhuizen en markthandel in overige non-food naast elkaar op dezelfde Nederlandse peildatum. De eerste branche telde op 1 oktober 2026 ongeveer 3.325 bedrijven, de tweede 3.400. Ze delen een hoofdtak, maar hebben verschillende SBI-codes. Vergelijk eerst de verdeling van het werk en leg pas daarna je eigen voorkeur voor een verkoopdag ernaast. Je kunt dan gerichter aangeven welke werkdag, bezetting en aanspreekbaarheid je zoekt.

Handen schikken bloemen aan een werktafel.
Beslisboek Viktoriia Yatsentiuk · Unsplash
Twee verwante bedrijfsmodellen · SBI 471 en 4789
Werkzame personenSupermarkten en warenhuizen (aantal)Supermarkten en warenhuizen (%)Markthandel in overige non-food (aantal)Markthandel in overige non-food (%)
1 persoon1.07032,2%2.78581,9%
2 personen55516,7%46013,5%
3–4 personen39011,7%1253,7%
5–9 personen33510,1%200,6%
10–19 personen2056,2%50,1%
20–49 personen51015,3%00%
50–99 personen1755,3%00%
100+ personen802,4%00%

Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.

01

Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen

In supermarkten en warenhuizen werkte bij 1.070 bedrijven één persoon. Bij markthandel in overige non-food zijn dat er 2.785. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 32,2 tegenover 81,9. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 11,7% en in de tweede rond 3,7%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.

02

Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?

Een jaar eerder telde supermarkten en warenhuizen 3.670 bedrijven en markthandel in overige non-food 3.695. De verandering in het totale aantal is respectievelijk -9,4% en -8%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 370 naar 335 en van 30 naar 20. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een betaalde bestelling.

03

Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij supermarkten en warenhuizen?

De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van markthandel in overige non-food (0,6%), het hoogste voor winkels in overige voedingsmiddelen (16%). Bij 4 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 10,1% en bij 1 hoger. Met 8,9% komt winkels in bloemen en planten het meest in de buurt van supermarkten en warenhuizen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij markthandel in overige non-food met 3.400 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in bloemen en planten met 8,9% de nadere vergelijking.

04

Wat veranderde er tussen januari 2024 en januari 2025?

Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 471 tussen januari 2024 en januari 2025. De uitkomst ging van 9,9% naar 10,4%. Over één jaar is het verschil +0,5 procentpunt, of gemiddeld +0,5 procentpunt per jaar. Bij markthandel in overige non-food ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0,9% naar 1,1%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg -345 bedrijven. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen verschoof tegelijkertijd met -35. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 10,1% naar 10,1%.

Kijk bij supermarkten en warenhuizen naar een klant die tijdens het afleveren terugbelt en zet in je tweede gesprek juist een artikel dat retour komt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inkopen, adviseren en overdragen bestaan. In het tweede breng je inkopen, adviseren en overdragen in kaart. Vraag bij winkels in bloemen en planten naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.

Vragen voor het vervolg

  • Welke onderdelen van een verkoopdag neem je persoonlijk voor je rekening?
  • Welk cijfer voor SBI 471 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
  • Welke waarneming bij markthandel in overige non-food is relevant voor jouw eigen plan?

Bronnen

BesteFranchise

Welke keuze verdient nader onderzoek?

Leg je vraag over supermarkten en warenhuizen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.