| Werkzame personen | Sportvelden (aantal) | Sportvelden (%) | Zwem- en onderwatersport (aantal) | Zwem- en onderwatersport (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 95 | 79,2% | 85 | 81% |
| 2 personen | 5 | 4,2% | 5 | 4,8% |
| 3–4 personen | 5 | 4,2% | 10 | 9,5% |
| 5–9 personen | 5 | 4,2% | 5 | 4,8% |
| 10–19 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 20–49 personen | 5 | 4,2% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In sportvelden werkte bij 95 bedrijven één persoon. Bij zwem- en onderwatersport zijn dat er 85. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 79,2 tegenover 81. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 4,2% en in de tweede rond 9,5%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde sportvelden 120 bedrijven en zwem- en onderwatersport 110. De verandering in het totale aantal is respectievelijk 0% en -4,5%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 5 naar 5 en van 0 naar 5. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgerond bezoek.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sportvelden?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van kracht- en vechtsport (0%), het hoogste voor zwembaden (16,3%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 4,2% en bij 3 hoger. Met 4,8% komt zwem- en onderwatersport het meest in de buurt van sportvelden. Ook qua omvang ligt zwem- en onderwatersport het dichtst bij sportvelden, met 105 tegenover 120 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2020 en januari 2022?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 93113 tussen januari 2020 en januari 2022. De uitkomst ging van 4% naar 0%. Over 2 jaar is het verschil -4 procentpunt, of gemiddeld -2 procentpunt per jaar. Bij zwem- en onderwatersport ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0% naar 0%. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 5. Tegelijk ging het totaal van 120 naar 120. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Kijk bij sportvelden naar een activiteit waarvoor plotseling minder ruimte beschikbaar is en zet in je tweede gesprek juist een gewijzigd programma centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit plannen, begeleiden en afsluiten bestaan. In het tweede breng je plannen, begeleiden en afsluiten in kaart. Vraag bij zwem- en onderwatersport naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een activiteit neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 93113 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij zwem- en onderwatersport is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over sportvelden voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
