| Werkzame personen | Sport (aantal) | Sport (%) | Overige recreatie (aantal) | Overige recreatie (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 11.795 | 74,4% | 8.810 | 78,5% |
| 2 personen | 1.500 | 9,5% | 1.440 | 12,8% |
| 3–4 personen | 1.100 | 6,9% | 540 | 4,8% |
| 5–9 personen | 830 | 5,2% | 250 | 2,2% |
| 10–19 personen | 330 | 2,1% | 95 | 0,8% |
| 20–49 personen | 170 | 1,1% | 60 | 0,5% |
| 50–99 personen | 75 | 0,5% | 25 | 0,2% |
| 100+ personen | 50 | 0,3% | 15 | 0,1% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In sport werkte bij 11.795 bedrijven één persoon. Bij overige recreatie zijn dat er 8.810. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 74,4 tegenover 78,5. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 6,9% en in de tweede rond 4,8%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde sport 16.020 bedrijven en overige recreatie 11.470. De verandering in het totale aantal is respectievelijk -1,1% en -2,1%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 830 naar 830 en van 290 naar 250. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgerond bezoek.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sport?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 2 activiteiten uit hoofdtak 93 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van overige recreatie (2,2%), het hoogste voor sport (5,2%). Sport ligt met 5,2% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 2,2% bij overige recreatie. Ook qua omvang ligt overige recreatie het dichtst bij sport, met 11.230 tegenover 15.850 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 931 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 6% naar 5,3%. Over 2 jaar is het verschil -0,7 procentpunt, of gemiddeld -0,3 procentpunt per jaar. Bij overige recreatie ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 2,5% naar 2,5%. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 830. Tegelijk ging het totaal van 16.020 naar 15.850. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Kijk bij sport naar een activiteit waarvoor plotseling minder ruimte beschikbaar is en zet in je tweede gesprek juist een gewijzigd programma centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit plannen, begeleiden en afsluiten bestaan. In het tweede breng je plannen, begeleiden en afsluiten in kaart. Vraag bij overige recreatie naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een activiteit neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 931 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij overige recreatie is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over sport voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
