| Werkzame personen | Sociale werkvoorziening (aantal) | Sociale werkvoorziening (%) | Sportartikelenindustrie (aantal) | Sportartikelenindustrie (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 20 | 17,4% | 205 | 75,9% |
| 2 personen | 0 | 0% | 30 | 11,1% |
| 3–4 personen | 5 | 4,3% | 10 | 3,7% |
| 5–9 personen | 5 | 4,3% | 15 | 5,6% |
| 10–19 personen | 0 | 0% | 5 | 1,9% |
| 20–49 personen | 5 | 4,3% | 5 | 1,9% |
| 50–99 personen | 5 | 4,3% | 5 | 1,9% |
| 100+ personen | 75 | 65,2% | 5 | 1,9% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In sociale werkvoorziening werkte bij 20 bedrijven één persoon. Bij sportartikelenindustrie zijn dat er 205. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 17,4 tegenover 75,9. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 4,3% en in de tweede rond 3,7%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde sociale werkvoorziening 115 bedrijven en sportartikelenindustrie 280. De verandering in het totale aantal is respectievelijk 0% en -3,6%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 5 naar 5 en van 10 naar 15. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een leverbaar product.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sociale werkvoorziening?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 32 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van speelgoedindustrie (0,6%), het hoogste voor medische instrumentenindustrie (9,7%). Bij 3 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 4,3% en bij 2 hoger. Met 5,6% komt sportartikelenindustrie het meest in de buurt van sociale werkvoorziening. Ook qua omvang ligt sportartikelenindustrie het dichtst bij sociale werkvoorziening, met 270 tegenover 115 bedrijven. Daarmee vallen twee selectiecriteria hier samen.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 32991 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 0% naar 4,5%. Over 2 jaar is het verschil +4,5 procentpunt, of gemiddeld +2,3 procentpunt per jaar. Bij sportartikelenindustrie ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 5,8% naar 3,5%. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 5. Tegelijk ging het totaal van 115 naar 115. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Kijk bij sociale werkvoorziening naar een werkplek die tijdelijk buiten bedrijf is en zet in je tweede gesprek juist een afgekeurd onderdeel centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit materiaal klaarleggen, bewerken en controleren bestaan. In het tweede breng je materiaal klaarleggen, bewerken en controleren in kaart. Vraag bij sportartikelenindustrie naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een productieronde neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 32991 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij sportartikelenindustrie is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over sociale werkvoorziening voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
