| Werkzame personen | Slagerijen (aantal) | Slagerijen (%) | Slijterijen (aantal) | Slijterijen (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 400 | 23,1% | 770 | 54% |
| 2 personen | 280 | 16,2% | 365 | 25,6% |
| 3–4 personen | 305 | 17,6% | 200 | 14% |
| 5–9 personen | 475 | 27,5% | 80 | 5,6% |
| 10–19 personen | 220 | 12,7% | 10 | 0,7% |
| 20–49 personen | 50 | 2,9% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 5 | 0,3% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 0 | 0% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In slagerijen werkte bij 400 bedrijven één persoon. Bij slijterijen zijn dat er 770. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 23,1 tegenover 54. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 17,6% en in de tweede rond 14%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde slagerijen 1.730 bedrijven en slijterijen 1.225. De verandering in het totale aantal is respectievelijk 0% en +16,3%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 495 naar 475 en van 70 naar 80. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een betaalde bestelling.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij slagerijen?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 47 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van slijterijen (5,6%), het hoogste voor slagerijen (27,5%). Slagerijen ligt met 27,5% aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 22% bij winkels in overige voeding (rest). Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij slijterijen met 1.425 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is winkels in overige voeding (rest) met 22% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 47221 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 32,4% naar 29%. Over 2 jaar is het verschil -3,3 procentpunt, of gemiddeld -1,7 procentpunt per jaar. Bij slijterijen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 5,8% naar 5,5%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg 0 bedrijven. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen verschoof tegelijkertijd met -20. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 28,6% naar 27,5%.
Kijk bij slagerijen naar een klant die tijdens het afleveren terugbelt en zet in je tweede gesprek juist een artikel dat retour komt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit inkopen, adviseren en overdragen bestaan. In het tweede breng je inkopen, adviseren en overdragen in kaart. Vraag bij winkels in overige voeding (rest) naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een verkoopdag neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 47221 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij slijterijen is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over slagerijen voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
