BesteFranchise
Beslisboek 3 min lezen

Overig sportonderwijs en studiebegeleiding, onderwijs (rest in cijfers vergelijken

Wie twee mogelijke ondernemersrichtingen naast elkaar legt, krijgt snel twee onvergelijkbare voorbeelden. Hier staan overig sportonderwijs en studiebegeleiding, onderwijs (rest naast elkaar op dezelfde Nederlandse peildatum. De eerste branche telde op 1 oktober 2026 ongeveer 36.595 bedrijven, de tweede 48.060. Ze delen een hoofdtak, maar hebben verschillende SBI-codes. Vergelijk eerst de verdeling van het werk en leg pas daarna je eigen voorkeur voor een les of training ernaast. Je kunt dan gerichter aangeven welke werkdag, bezetting en aanspreekbaarheid je zoekt.

Leeg spiraalnotitieboek met pen op een leren stoel
Beslisboek Kelly Sikkema · Unsplash
Twee verwante bedrijfsmodellen · SBI 85519 en 85599
Werkzame personenOverig sportonderwijs (aantal)Overig sportonderwijs (%)Studiebegeleiding, onderwijs (rest (aantal)Studiebegeleiding, onderwijs (rest (%)
1 persoon34.35593,9%45.84595,4%
2 personen1.5554,2%1.6653,5%
3–4 personen4651,3%2950,6%
5–9 personen1750,5%1450,3%
10–19 personen300,1%500,1%
20–49 personen100%400,1%
50–99 personen50%100%
100+ personen00%100%

Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.

01

Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen

In overig sportonderwijs werkte bij 34.355 bedrijven één persoon. Bij studiebegeleiding, onderwijs (rest zijn dat er 45.845. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 93,9 tegenover 95,4. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 1,3% en in de tweede rond 0,6%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.

02

Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?

Een jaar eerder telde overig sportonderwijs 34.465 bedrijven en studiebegeleiding, onderwijs (rest 46.470. De verandering in het totale aantal is respectievelijk +6,2% en +3,4%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 125 naar 175 en van 145 naar 145. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgeronde les.

03

Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij overig sportonderwijs?

De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van studiebegeleiding, onderwijs (rest (0,3%), het hoogste voor auto- en motorrijscholen (1,1%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 0,5% en bij 3 hoger. Met 0,3% komt cultureel onderwijs het meest in de buurt van overig sportonderwijs. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij bedrijfsopleiding en -training met 27.065 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is cultureel onderwijs met 0,3% de nadere vergelijking.

04

Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?

Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 85519 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 0,4% naar 0,4%. Over 2 jaar is het verschil -0,1 procentpunt, of gemiddeld -0 procentpunt per jaar. Bij studiebegeleiding, onderwijs (rest ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0,4% naar 0,3%. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +2.130 bedrijven. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen verschoof tegelijkertijd met +50. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 0,4% naar 0,5%.

Kijk bij overig sportonderwijs naar een les die een vervangende begeleider nodig heeft en zet in je tweede gesprek juist een deelnemer die later instroomt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit voorbereiden, begeleiden en evalueren bestaan. In het tweede breng je voorbereiden, begeleiden en evalueren in kaart. Vraag bij cultureel onderwijs naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.

Vragen voor het vervolg

  • Welke onderdelen van een les of training neem je persoonlijk voor je rekening?
  • Welk cijfer voor SBI 85519 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
  • Welke waarneming bij studiebegeleiding, onderwijs (rest is relevant voor jouw eigen plan?

Bronnen

BesteFranchise

Welke keuze verdient nader onderzoek?

Leg je vraag over overig sportonderwijs voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.