| Werkzame personen | Dienstverlening voor het onderwijs (aantal) | Dienstverlening voor het onderwijs (%) | Dansscholen (aantal) | Dansscholen (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1 persoon | 3.055 | 91,7% | 3.455 | 93,3% |
| 2 personen | 150 | 4,5% | 190 | 5,1% |
| 3–4 personen | 40 | 1,2% | 40 | 1,1% |
| 5–9 personen | 25 | 0,8% | 15 | 0,4% |
| 10–19 personen | 20 | 0,6% | 0 | 0% |
| 20–49 personen | 15 | 0,5% | 0 | 0% |
| 50–99 personen | 10 | 0,3% | 0 | 0% |
| 100+ personen | 5 | 0,2% | 0 | 0% |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Kies een vergelijkbare eenheid voor twee verschillende aantallen
In dienstverlening voor het onderwijs werkte bij 3.055 bedrijven één persoon. Bij dansscholen zijn dat er 3.455. Omgerekend per honderd bedrijven verandert de vergelijking in 91,7 tegenover 93,3. Kijk vervolgens naar drie of vier werkzame personen. In de eerste branche ligt hun aandeel rond 1,2% en in de tweede rond 1,1%. De relatieve verdeling maakt een kleinere bedrijfstak vergelijkbaar, zonder hem in aantallen groter te laten lijken dan hij is. Gebruik in je aantekeningen zowel de aantallen als de percentages.
Heeft de keuze voor een peildatum veel invloed?
Een jaar eerder telde dienstverlening voor het onderwijs 3.370 bedrijven en dansscholen 3.530. De verandering in het totale aantal is respectievelijk -1,2% en +5%. Voor de categorie met vijf tot en met negen personen veranderden de groepen van 25 naar 25 en van 10 naar 15. Staar je daarom niet blind op het totaalcijfer als je juist een ploeg van die omvang zou willen aansturen. Vraag bij beide richtingen een concrete beschrijving van een drukke dag én van de nazorg voor een afgeronde les.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij dienstverlening voor het onderwijs?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘aandeel bedrijven met vijf tot en met negen werkzame personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 85 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van kunstzinnige vorming van amateurs (0,4%), het hoogste voor afstandsonderwijs (2,6%). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 0,8% en bij 3 hoger. Met 1% komt bedrijfsopleiding en -training het meest in de buurt van dienstverlening voor het onderwijs. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij dansscholen met 3.705 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is bedrijfsopleiding en -training met 1% de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2022 en januari 2024?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 8560 tussen januari 2022 en januari 2024. De uitkomst ging van 1,2% naar 0,8%. Over 2 jaar is het verschil -0,4 procentpunt, of gemiddeld -0,2 procentpunt per jaar. Bij dansscholen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 0,3% naar 0,3%. De telling van bedrijven met vijf tot en met negen mensen bleef tussen oktober 2025 en oktober 2026 afgerond op 25. Tegelijk ging het totaal van 3.370 naar 3.330. Een wijzigend aandeel kan dus ook uit de omvang van de overige groepen komen.
Kijk bij dienstverlening voor het onderwijs naar een les die een vervangende begeleider nodig heeft en zet in je tweede gesprek juist een deelnemer die later instroomt centraal. In het eerste geval kan je eigen rol vooral uit voorbereiden, begeleiden en evalueren bestaan. In het tweede breng je voorbereiden, begeleiden en evalueren in kaart. Vraag bij bedrijfsopleiding en -training naar een voorbeeld met vergelijkbare taakverdeling voordat je concludeert dat de twee ondernemersrichtingen eenzelfde werkweek vragen.
Vragen voor het vervolg
- Welke onderdelen van een les of training neem je persoonlijk voor je rekening?
- Welk cijfer voor SBI 8560 zou je zelf opnieuw willen berekenen?
- Welke waarneming bij dansscholen is relevant voor jouw eigen plan?
Bronnen
Welke keuze verdient nader onderzoek?
Leg je vraag over dienstverlening voor het onderwijs voor. Vermeld welke grootteklasse en welke werkdag je in gedachten hebt.
